Maaike Kooijman
11 maart 2026, 16:15

Grafiek: Nederlanders willen meer plantaardige eiwitten eten (maar doen het nog niet)

Als je kijkt naar de verkoopcijfers van vleesvervangers, is het verleidelijk om te denken dat het niet goed gaat met de eiwittransitie. Maar schijn bedriegt. Niet alleen winnen bonen aan populariteit; plantaardige eiwitten worden ook steeds normaler gevonden, blijkt uit de Eiwitmonitor 2025.

De intentie om plantaardige eiwitten te eten in 2025 De intentie om plantaardige eiwitten te eten is in 2025 toegenomen ten opzichte van een jaar eerder. | Credits: Unsplash / Bewerking Change Inc.

‘Koffie met havermelk?’ ‘Nee, doe maar gewone melk.’

Zo’n gesprek heb je vast weleens gehoord (of gevoerd) in een café. Toch verandert de perceptie van wat ‘gewoon’ is wel degelijk, blijkt uit de Eiwitmonitor 2025 van Wageningen Social & Economic Research (WSER). Wetenschappers onderzoeken jaarlijks de stand van de eiwittransitie in Nederland. Daarvoor kijken ze niet alleen naar de consumptie van dierlijke en plantaardige eiwitten, maar ook naar houdingen en waarom mensen bepaalde keuzes maken.

Uit de nieuwste editie blijkt: het aandeel plantaardige eiwitten in het Nederlandse dieet blijft steken rond 39 procent. Daarmee zit het aandeel plantaardige eiwitten nog lang niet op de 50 procent die de overheid in 2030 wil bereiken. Mensen die zichzelf flexitariër noemen eten weliswaar net iets minder vlees dan gemiddeld, maar ook zij voldoen niet aan de 50/50-norm.

Maar de houding ten opzichte van plantaardig verandert wél.

Vaker intentie om plantaardig te eten

Als het gaat om de vraag wat mensen de komende maand willen gaan eten, scoren dierlijke producten nog steeds hoger dan plantaardige vervangers, zie je in onderstaande grafiek. Maar de intentie om plantaardige producten te eten is in 2025 wel significant toegenomen ten opzichte van 2024.

Vooral bij tofu, tempeh en plantaardige vis is een stijgende lijn te zien. Tegelijkertijd worden kaas en andere zuivelproducten iets minder populair.

Niet alleen de intentie verschuift, maar ook sociale normen. Meer mensen hebben het gevoel dat plantaardig eten normaler wordt in hun omgeving.

Ook zeggen consumenten dat de prijs van plantaardige eiwitten minder vaak een belemmering vormt. De gemiddelde prijs van plantaardige eiwitproducten is inmiddels zelfs lager dan die van dierlijke producten. Daarin is overigens ook brood meegenomen.

Acceptatie moet zich nog vertalen in consumptie

‘Consumenten accepteren plantaardige eiwitten steeds meer als “gewoon”,’ concludeert onderzoeker Marleen Onwezen. Maar ze realiseert zich ook dat die acceptatie zich nog wel moet vertalen in andere keuzes. ‘De manier waarop Nederlanders tegen plantaardige eiwitten aankijken verandert langzaam, maar het eetpatroon blijft stabiel blijft. Dat baart me zorgen, want de productie en consumptie van vlees heeft grote impact op ons klimaat, onze natuur en ons welzijn.’

Onwezen ziet een duidelijke rol voor het kabinet-Jetten om vol in te zetten op de eiwittransitie. ‘Er moet veel meer gebeuren om plantaardige eiwitten op gelijk niveau met dierlijke eiwitten te krijgen. Anders halen we de doelstelling voor 2030 niet. Het is aan het nieuwe kabinet om daar meer vaart achter te zetten.’

Meer lezen over het voedselsysteem van de toekomst? In de nieuwsbrief Kweekvlees & Kool schrijft Change Inc.-redacteur Maaike Kooijman over nieuwe ontwikkelingen en interessante updates. Schrijf je hier in.

Lees ook:

Nieuwe directeur Social Enterprise NL: 'Juist in deze tijd is het belangrijk dat sociaal ondernemers samen optrekken'

Met een achternaam als die van Maaike Groen móet je wel iets met duurzaamheid doen. Ze noemde haar sociale onderneming niet voor niets Miss Green. Maar hoewel het duurzame modelabel gestaag groeide en uiteindelijk zelfs in 14 Europese landen werd verkocht, liep Groen ook tegen obstakels aan. Nu, jaren na het stoppen van Miss Green, wil ze die obstakels voor andere ondernemers wegnemen.Deze maand trad ze daarom aan als directeur van Social Enterprise NL. Die stichting ondersteunt en verbindt sociaal ondernemers die samen werken aan de impacteconomie.Social Enterprise NL is in 2012 opgericht, niet lang na jouw onderneming Miss Green. Was je als ondernemer betrokken bij het netwerk?'Miss Green is altijd lid geweest van Social Enterprise NL. De stichting heeft me meermaals geholpen, bijvoorbeeld met een pitchtraining die ik heel nuttig vond. Ik moest natuurlijk heel veel pitchen bij potentiële financierders. Maar ze heeft me ook ingangen geboden naar financiering van provincie Noord-Holland en Stichting DOEN.'Wanneer besloot je dat je maatschappelijke impact wilde maken?'Ik was altijd al wel bezig met maatschappelijke problematiek. Tijdens mijn studie politicologie, en daarna toen ik voor campagnebureau BKB werkte. Maar toen mijn zoon werd geboren, ging ik me pas echt bezighouden met hoe we de planeet achterlaten. Toen gingen we meer biologisch eten, minder vliegen. Dat was in 2006; dat was destijds nog helemaal niet zo gewoon.In de jaren daarna heb ik wel geleerd dat het leven ook leuk moet blijven. Een tijdje at ik volledig plantaardig, deed ik alles wat ik kon. Maar dat haalde ook de glans van dingen af. Ik sta niet achter het credo dat je 100 procent groen moet doen en dat het anders niet telt. Elke stap richting een betere wereld is er één.' Lachend: 'Nu ben ik meer mintgroen dan legergroen.'Hoe zie je de relatie tussen duurzaam ondernemen en sociaal ondernemen?'Je kunt moeilijk een groen bedrijf bouwen en tegelijkertijd mensen in kledingfabrieken uitbuiten. Maar natuurlijk hebben alle sociaal ondernemers een andere focus. De één houdt zich meer bezig met circulariteit, de ander met arbeidsparticipatie. Wat ze echter gemeen hebben, is dat ze iets goeds doen voor de wereld. Of in elk geval zo min mogelijk schade berokkenen.'Social Enterprise NL zet zich in voor 'radicale systeemverbetering'. Hoe moet zo'n systeem eruitzien?'Het huidige systeem is vooral gericht op financiële waarde: winst om aandeelhouders tevreden te houden. We zouden veel meer oog moeten hebben voor maatschappelijke waarde. Economische activiteiten die goed zijn voor mens, dier en planeet.'Wat is daarvoor nodig?'Ik heb zelf ervaren hoeveel drempels je tegenkomt als sociaal ondernemer. Het is moeilijk goed te doen in een wereld die vooral op winst gericht is.De kleding van Miss Green was bijvoorbeeld GOTS-gecertificeerd (Global Organic Textile Standard, red.). Die certificatie kost geld, en je hebt ook hogere kosten door biologische inkoop en eerlijke lonen. Daardoor worden producten duurder. Dat is een eerlijke prijs, maar ja, het is moeilijk concurreren. In zo'n geval zou het bijvoorbeeld helpen als Europa importheffingen invoert voor extreem goedkope, onduurzame producten uit het buitenland.Ook financiering ophalen is een grote uitdaging voor sociaal ondernemers. Investeerders kijken vaak naar marges en naar de 'hockeystick': hoe snel een bedrijf kan groeien. Gelukkig zijn er steeds meer impactinvesteerders die een langere adem hebben. Maar hiervoor zou bijvoorbeeld ook de nieuwe rechtsvorm BVm helpen (besloten vennootschap met een maatschappelijk doel, red.). Die maakt sociale ondernemingen meteen herkenbaar. De rechtsvorm staat al in de steigers, maar is er nog steeds niet.Voor al dit soort dingen is helaas steeds minder aandacht. Kijk om je heen: wie is er nog bezig met duurzaamheid? Het gaat nu alleen maar over veiligheid te midden van geweld en oorlogen. Maar als die branden zijn geblust, zullen we het nog steeds met deze ene planeet moeten doen. Duurzaamheid is niet minder urgent.'Hoe ga jij duurzaamheid weer op de kaart zetten?'De kracht van Social Enterprise NL is dat we een hele poule hebben van waanzinnige bedrijven die laten zien dat het echt kan, maatschappelijke waarde creëren. Het helpt enorm om hen zichtbaar te maken en te versterken. Dat kan bijvoorbeeld door ze belangrijke vaardigheden aan te leren. Ondernemen is altijd complex, maar als sociaal ondernemer nog veel complexer; daarvoor moet je van alle markten thuis zijn.De rest van mijn strategie moet ik nog vormgeven. Mijn agenda zit de komende drie maanden vol afspraken van partners en teamleden. Ik wil goed naar hen luisteren en samen bepalen waar we de focus op moeten leggen. Ik denk dat ze daarom gekozen hebben voor mij: ik ben gewend om kansen te zien in een hectische wereld.'Met wie wil je graag samenwerken?'Er zijn al veel mooie samenwerkingen met overheden en in de regio. Een grote uitdaging is om aansluiting te vinden bij een nieuwe generatie sociaal ondernemers. Mensen die met nieuwe ideeën komen en anderen daarmee inspireren. Juist in deze tijd, waarin geopolitieke dreigingen het impactverhaal naar de zijkant schuiven, is het belangrijk dat sociaal ondernemers samen optrekken.' Lees ook:Geen coöps, maar zoöps: zo nemen bedrijven de natuur mee in hun besluitvorming 'Energie moet voor iedereen beschikbaar zijn', en dus ontwierp Hans Veenemans een zelfstandig energiefabriekje: de Ecoplant Vloerenfabrikant Interface wil alleen nog duurzame leveranciers: 'Andere partijen zijn niet interessant voor ons'